Een beetje straling doet weinig kwaad
Column Martijn Katan We hebben kernenergie nodig. Want met zon en wind kunnen we een klimaatcrisis niet afwenden.
Martijn Katan
24 mei 2019
Leestijd 2 minuten

Aan het hof van de middeleeuwse koning was de hofnar de enige die ongestraft onaangename waarheden mocht uitspreken. Tegenwoordig hebben we daar Arjen Lubach voor. Hij noemde kernenergie „een goed idee”. Had hij gelijk?

Kernenergie heeft zeker voordelen. Met vijf kerncentrales naar Frans model kunnen we onze complete elektriciteitsbehoefte dekken. Dan verbranden onze centrales geen kolen, gas of biomassa meer en stoten ze geen CO2 meer uit. Nog een zesde kerncentrale en we kunnen alle Nederlandse auto’s laten rijden op CO2-loze elektrische stroom. Zonder kernenergie is het CO2-vrij maken van vervoer, verwarming en industrie ondoenlijk. Zon en wind kunnen die hoeveelheden niet leveren, biomassa is erger dan de kwaal en CO2-opslag, kernfusie, aardwarmte, algenkweek, waterstof et cetera zijn vooral toekomstmuziek; bovendien moeten ze werken op gigantische schaal en of dat lukt is de vraag.

Kernenergie heeft ook nadelen. Het eerste is het gevaar van meer atoombommen; kerncentrales kunnen het maken daarvan vergemakkelijken. Nederland gaat echter geen bom maken en de meeste CO2 wordt uitgestoten door landen die de bom al hebben. Een tweede risico is dat een kernreactor explodeert, zoals in Fukushima en Tsjernobyl. De gevolgen waren echter minder ernstig dan u denkt. Uit zorgvuldig onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat van de 16.000 doden van Fukushima er hoogstens één stierf door straling; de rest kwam door de tsunami die de kernramp veroorzaakte. Het reactorongeluk veroorzaakte weinig straling en ziektes als gevolg van radioactiviteit werden nauwelijks gezien. Wat wel slachtoffers maakte, was de panische evacuatie van honderdduizend mensen. Nogal wat evacués kregen psychische problemen en sommigen pleegden zelfmoord. Angst en paniek zijn veel gevaarlijker dan straling.

Incompetente technici
In Tsjernobyl zorgden incompetente technici ervoor dat een onveilige reactor explodeerde. De overheid ontkende eerst dat er iets aan de hand was en joeg later drommen mensen als opruimers het terrein op. Velen van hen kregen verbrandingen van de huid of staar van de ooglens en achtentwintig opruimers stierven binnen een paar maanden aan stralingsziekte. Duizenden kinderen kregen schildklierkanker door radioactief jodium dat de melk besmette. Schildklierkanker is goed te behandelen, maar daarom niet minder erg. Andere medische gevolgen waren er niet. De bevolking rond Tsjernobyl kreeg namelijk volgens de cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie veel minder straling dan de overlevenden van de atoombom op Hiroshima, en zelfs in Hiroshima was de toename van kanker verrassend klein. Het effect van de bom op borstkanker was bijvoorbeeld niet groter dan dat van levenslang twee glazen wijn per dag drinken. Radioactieve straling is minder kankerverwekkend dan we denken. Net als in Fukushima was bij Tsjernobyl de grootste oorzaak van lijden, ziekte en sterfte de ontwrichting door evacuatie en gedwongen verhuizingen. Die veroorzaakten depressie en zelfmoord.

Dat werd allemaal gedreven door angst, en alles wijst erop dat de angst voor straling niet in verhouding staat tot de werkelijke gevaren. Een beetje straling doet weinig kwaad. Dat klinkt cru, maar het is ook geruststellend, want we worden de hele dag blootgesteld aan kleine hoeveelheden straling: uit het heelal, de aardbodem, uit stenen muren en door röntgenfoto’s, CT-scans en vliegreizen.

Gemeen spul
Een ander risico van een kerncentrale is dat hij wordt beschadigd door terroristen of dat die midden in een stad een ‘vuile bom’ laten ontploffen, waar ze in plaats van spijkers gestolen kernafval in hebben gestopt. Wederom blijkt uit zorgvuldige berekeningen dat de straling die daarbij vrijkomt te weinig is om effect te hebben op de gezondheid. Het voornaamste effect is alweer chaos en paniek.

En dan de opslag van kernafval. Kernafval is gemeen spul, maar we moeten de gevaren ervan afwegen tegen die van de broeikasgassen die door kernenergie worden vermeden. Kernafval kan worden ingepakt in dikke lagen beton en staal en diep onder de grond worden opgeborgen. Zelfs als het daar over duizend jaar gaat lekken komt er weinig of niets van naar het oppervlak. Als het mis gaat met het klimaat – en de kans daarop is fors – hebben mensen over duizend jaar wel grotere zorgen dan kernafval. We weten niet zeker wat de opwarming van de aarde voor gevolgen gaat hebben, maar ik maak me zorgen over de wereldwijde voedselproductie. Dat is een fragiel systeem; als dat instort door hittegolven, langdurige droogte, uitputting van zoet water of nieuwe ziekten van planten en dieren, dan kan dat leiden tot hongersnood, massale migratie en oorlog. Effecten van overstromingen en orkanen versterken dat nog eens.

Nederland stoot jaarlijks tweehonderd miljoen ton CO2 uit. Er is een serieus risico dat we daarmee de wereld onleefbaar maken voor uw en mijn kinderen en kleinkinderen. Dat moet zwaarder wegen dan wat er over duizend jaar zou kunnen lekken uit een afgesloten mijnschacht. Kernenergie dus, en snel! Nar Lubach heeft de waarheid gesproken, ik sluit me bij hem aan.
— Lees op www.nrc.nl/nieuws/2019/05/24/een-beetje-straling-doet-weinig-kwaad-a3961435