Zij hebben het slecht voor elkaar en wij krijgen de schuld
Geplaatst op 02 januari 2021 • Aanpassing 6 uur geleden door maurice
Geschreven door Maurice de Hond

Samenvatting van het artikel
Door het gedoe met de vertraging van het vaccineren zwelt (voor het eerst tijdens deze crisis) de kritiek op de overheid aan. Maar op vele punten heeft men vanaf maart belangrijke steken laten vallen. Zo had men een veel centralistischer aanpak moeten kiezen en breder gebruik moeten maken van de know-how van derden. Maar dat gebeurde en gebeurt niet. Wel krijgen we als burgers de schuld als de cijfers tegenvallen. Wij hebben het steeds gedaan.

Lees volledig artikel
Leestijd: 8 minuten
De kritiek zwelt aan
Voor het eerst sinds de start van de crisis, zie je nu breed in de media en onder een groot deel van de bevolking kritiek komen op de aanpak van de overheid. Het betreft het startmoment van het vaccineren en het tempo en de strategie van de uitrol van het vaccineren. Uit een vandaag gepubliceerd onderzoek van Peil.nl blijkt bijna de helft van de Nederlanders het eens met de stelling “Mijn vertrouwen in het beleid van de regering t.a.v. het Coronabeleid is hierdoor duidelijk afgenomen.” Daarvoor leek het erop dat elke kritiek die men zou kunnen hebben, kapot sloeg op de muur van angst, die er onder een groot deel van de bevolking heerst over het gevaar van besmet worden door het virus. Deze angstgolf ontstond begrijpelijkerwijs door de ontwikkelingen van het virus in maart, met name in Bergamo, Italië. Maar daarna werd die angst, schijnbaar met graagte, door RIVM/OMT en de overheid in stand gehouden. Met als duidelijk doel om vanuit die angst de mensen aan de maatregelen te laten houden, maatregelen die zij van belang achtten. In die mix lieten de media hun kritische vermogen vrijwel varen (sommige uitzonderingen daargelaten) en zo zijn we in de huidige situatie beland.

Wat mij daarbij het meeste ergert, is dat de overheid (op advies van RIVM/OMT) met simpele pennenstreken zeer ingrijpende maatregelen neemt, die diep ingrijpen op het leven van burgers en het functioneren van bedrijven en organisaties. Maar dat wat ze zelf zouden moeten en kunnen regelen keer-op-keer slecht tot zeer slecht doen. Zonder dat je het gevoel hebt dat ze daarvan echt leren. En vervolgens wanneer cijfers niet de goede kant op gaan, krijgen de burgers daar de schuld van en merk je op geen enkele wijze dat men twijfelt aan de eigen aanpak.

De oorzaak eerst
Ik zal kort een serie voorbeelden geven van wat ik bedoel. Maar ik start met de oorzaken van dit alles. Iets wat de regering zich ergens eind maart had moeten realiseren en waarop snel ingrijpende maatregelen hadden moeten worden genomen.

Nederland is een polderland. Er zijn veel overlegstructuren en er is geen duidelijke hierarchie. Dat heeft voordelen, maar ook nadelen, en zeker bij een grote crisis. Om in dit polderland alles een vorm van overzichtelijkheid en controle te geven, kennen we een grote mate van bureaucratie. Ten tijde van een stevige crisis is er echter een strakke hierarchische lijn top-down noodzakelijk. Door die in maar/april snel op te tuigen bleef en blijft het modderen bij vrijwel alles waar de overheid bij betrokken is.
Nederland en Nederlanders kennen een soort arrogantie t.o.v. het buitenland. Dat gaat ook samen met een gebrek aan kennis of interesse over wat men in het buitenland doet en waarom. Zo moeten we altijd zelf weer het wiel uitvinden. Of stellen we dat wat elders werkt, bij ons niet kan.
Bij een grote crisis is het cruciaal de kunde en inzet van veel mensen goed te kunnen benutten. Dat betreft zowel bij het maken en evalueren van het beleid als bij de uitvoering ervan. Maar dat is in Nederland niet gebeurd. Men heeft de ambtelijke organisatie die men had (zowel bij de Ministeries als bij overheidsorganisaties, zoals RIVM en GGD) zoveel mogelijk intact gehouden en geprobeerd om op die manier een crisis van enorme omvang te bestrijden. Zowel de structuur was daar ongeschikt voor, als dat men had moeten onderkennen dat voor die noodsituatie de betrokken personen niet optimaal waren toegerust. Niet dat individuele personen niet erg hun best hebben gedaan. Maar het ontbrak aan de juiste crisis-structuur en men had op sleutelposities andere mensen moeten aantrekken met vaardigheden, die in zo’n grote crisissituatie nodig zijn. Daardoor werd het vooral aanmodderen.
Ten slotte: de onwil om de bestaande manieren van werken en regulering (tijdelijk) drastisch aan te pakken om zodoende snel en adequaat op problemen te kunnen reageren. Alles bleef qua manier van werken en reguleren zoals, het voor maart nog was.
Deze vier factoren samen zijn de oorzaak van vele grote problemen, die er zijn ontstaan. Ik zal daar een opsomming van geven (het aantal is zeker niet compleet):

Amateuristische dataverzameling en datapresentatie
De dataverzameling was vanaf het begin een groot drama. Terwijl goede data cruciaal zijn om te begrijpen hoe de crisis verloopt en om goed in te kunnen schatten, wat de komende tijd zal brengen en welk beleid er gevoerd moet worden. De data waren niet accuraat, niet actueel en niet compleet. Dat kwam deels doordat die dataverzameling was uitbesteed aan de afzonderelijke GGD’s. En deels kwam het doordat er geen goede dataverzamelings-deskundigen bij werden betrokken. En last but not least: omdat de ICT die daarbij gebruikt werd, oud en achterhaald was. Dat dit de situatie was in maart is wellicht begrijpelijk. Maar besef dat sindsdien amper iets is veranderd.
— Lees op www.maurice.nl/2021/01/02/zij-hebben-het-slecht-voor-elkaar-en-wij-krijgen-de-schuld/