Wat gedachten bij de “viral dose”.
3 augustus 202085 Reacties/in COVID-19
In het kort
Beschreven wordt de “viral dose”,  de hoeveelheid virus die iemand kan inademen en de mate waarin die persoon vervolgens geïnfecteerd/ziek wordt.  Belangrijk zijn daarbij de hoeveelheid virus en de duur en diepte van het inademen.
Er is een besmettingsschaal: “niet geïnfecteerd”-“wel geïnfecteerd, geen symptomen”- “lichte symptomen”-“ernstige symptomen”.
Wanneer bewoners in zorginstellingen besmet zijn door slecht functionerende ventilatie is de kans groot dat ze veel virus hebben binnengekregen en, mede door hun leeftijd en gezondheidssituatie, vaak ernstige symptomen hebben en er relatief vaak aan overlijden.
Mondkapjes lijken de viral load te beperken en ervoor te zorgen dat men lager op het besmettingscontinuüm komt.
De besmettingsschaal
In de aanloop naar een heel belangrijk nieuw blog dat in de tweede helft van deze week zal worden gepubliceerd, wil ik het even hebben over het begrip “viral dose” (In de originele versie schreef ik “viral load”, maar dit is de juiste term.

Het begrip wordt ook gebruikt aan te geven hoeveel virus iemand naar binnen krijgt. De belangrijke vraag is dan wanneer je geïnfecteerd wordt. Als je daarover de literatuur leest dan lijkt er een continuüm te zijn. Je wordt niet geïnfecteerd als er heel weinig virus is. Hoe meer virus je binnenkrijgt, hoe groter de infectiekans, maar ook hoe zieker je wordt.

Daarom onderscheid ik deze schaal bij het binnenkrijgen van het virus:

niet geïnfecteerd
wel geïnfecteerd maar geen symptomen
wel geïnfecteerd met lichte symptomen
wel geïnfecteerd met ernstige symptomen.
En des te meer virus je binnen krijgt, des te meer je naar beneden verschuift op deze schaal.

De impact hiervan verschilt van persoon tot persoon. Zo zullen ouderen gemiddeld bij dezelfde hoeveelheid virus eerder naar onderen verschuiven dan jongeren. Ook spelen allerlei aspecten van je gezondheid en immuunsysteem hierbij een rol.

Er zijn in principe twee hoofdwegen waardoor het virus bij je naar binnen kan komen.

Via het direct-contact scenario, dus één of meer druppels komen in je neus/mond of oog terecht, en dat zou dan een startpunt van de infectie kunnen zijn. (Het scenario waar WHO en RIVM voor gaan).
Via het inademen van microdruppels (aerosolen) die direct naar de longen gaan en zich daar nestelen. (Waarvan inmiddels steeds meer wetenschappers onderkennen dat ze een belangrijke rol spelen en ik denk een heel belangrijke, wat ik hier uitwerk).
Het is belangrijk te beseffen dat er veel onderzoek is waaruit blijkt dat het op deze manieren binnen krijgen van virusdeeltjes nog niet automatisch betekent dat je dan ook geïnfecteerd wordt.

Het lichaam kent meerdere manieren om dit soort indringers zich niet te “laten vestigen” in je lichaam. Een basale manier (de druppel wordt bijvoorbeeld ingeslikt of op een andere manier weggefilterd). En vanuit je immuniteitssysteem zelf, dat continu bezig is om elementen te bestrijden die je gezondheid kunnen bedreigen.

Het lijkt erop dat als het lichaam met dat laatste bezig is, er niet altijd antistoffen worden gevormd (waarmee dan vastgesteld kan worden dat je besmet bent geweest), maar dat het ook alleen via de T-cellen gebeurt.  Dan zou je zonder dat er antistoffen zichtbaar zijn, toch immuun kunnen zijn voor die betreffende aanval van virussen of bacteriën.

 

Deze inleiding is van belang voor een aantal patronen die ik zie en waarvan ik denk dat het component “viral dose” daar een belangrijke rol in speelt. Als de besmetting via aerosolen verloopt, en je het virus dus inademt, dan zal het virus dus in de tijd veel geleidelijker binnendringen dan als je besmet wordt via een druppel die in je neus of mond belandt. Het gaat er enerzijds om hoeveel virusdeeltjes er in de lucht zweven en anderzijds hoe lang je die aan het inademen bent.

Hoe meer virusdeeltjes in je longen belanden, hoe groter dus de kans op infectie en hoe ernstiger de symptomen kunnen zijn. De exacte waardes hiervoor zijn niet bekend en kunnen dus ook per persoon verschillen op basis van leeftijd en gezondheidssituatie.

Als ik informatie bestudeer van superspreading events en wat er bij zorginstellingen is gebeurd, dan kijk ik vooral naar het percentage van de aanwezigen/bewoners dat besmet is geworden en hoeveel er vervolgens zijn overleden. Zeker als je wat meer weet over de leeftijdssamenstelling van de betrokkenen kan dat extra informatie geven.

 
— Lees op www.maurice.nl/2020/08/03/wat-gedachten-bij-de-viral-dose/