Als ‘preekjes’ niet meer werken in de crisis
Coronacrisis Het kabinet raakte de afgelopen weken verdeeld over de coronacrisis, blijkt uit een reconstructie. Over brandjes stichten, een ‘verklote’ persconferentie en een voorzichtige premier. „Er is iets geknapt, kapotgemaakt.”
Guus ValkStéphane Alonso
8 mei 2020 om 19:36
Leestijd 6 minuten

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) en premier Mark Rutte (VVD) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het coronavirus.
Foto Bart Maat/ANP
Twee weken geleden noemde premier Mark Rutte (VVD) elke nieuwe stap in de coronacrisis nog „eng en gevaarlijk”. Nu ligt er opeens een compleet stappenplan. Sneller dan gedacht, en met meer details dan verwacht.

Als Rutte en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) op woensdagavond 6 mei versoepelingen aankondigen van de coronamaatregelen, gebruiken ze termen die vertrouwenwekkend moeten klinken. Routekaart. Stip op de horizon. Het kabinet wil perspectief bieden, als antwoord op de groeiende economische schade, maar ook op de vereenzaming van ouderen en het ongeduld van de jeugd.

Kappers, masseurs of acupuncturisten mogen vanaf maandag weer open, mits er aan strenge voorwaarden wordt voldaan. Sporten mag weer. Maar de volgende grote stap wordt pas op 1 juni gezet. Dan mogen middelbare scholen, musea en cafés weer open. Het mbo gaat open op 15 juni. Vanaf 1 juli mogen grotere groepen zich verzamelen. Sportscholen mogen op 1 september open.

Je ziet Rutte worstelen, zeggen ingewijden. De premier, inmiddels getooid met een forse haardos, oogt al langer wat vermoeider en afweziger dan normaal. Het dilemma vreet aan hem: hij wil perspectief bieden, maar maakt zich zorgen dat het te snel gaat. Dat mensen elkaar weer meer gaan besmetten, met meer doden en IC-opnames tot gevolg. Daarom formuleert hij behoedzaam. „Voorzichtigheid nu is beter dan spijt achteraf.”

Extreme voorzichtigheid
Die extreme voorzichtigheid is tekenend voor Rutte en De Jonge. Achter de schermen zijn zij steeds degenen die op de rem staan, de blik strak gericht op de IC-capaciteit. Maar in de afgelopen twee weken laat Rutte zich toch overhalen. Door kabinetsleden en werkgeversorganisaties, die zich steeds meer zorgen maken over de sombere economische vooruitzichten. Door de burgemeesters van de vier grote steden, die zeggen dat handhaven steeds moeilijker wordt.

Lees ook dit profiel: Zelfs Hugo de Jonge, de vlotte veelprater, voelt nu grote druk
Het komt ook door de publieke opinie. Het crisisteam van het kabinet merkt dat het publiek zich tegen de beperkingen begint te keren. Tot dan toe heeft Rutte de publieke steun voor de maatregelen steeds als zijn machtigste wapen gezien. Niet het sluiten van kapperszaken ziet hij als cruciaal element in de bestrijding van het coronavirus, zegt een ingewijde, maar zijn ‘preekjes’: blijf thuis, houd afstand. Die strategie begint uit te werken.

Achteraf gezien is het kantelpunt een ándere persconferentie, twee weken eerder. Op 21 april maakt Rutte bekend dat de basisscholen na de meivakantie weer open mogen. Jaap van Dissel, van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), mag uitleggen waarom een verdere versoepeling op dat moment moeilijk is. Een NOS-journalist vraagt op bozige toon: „Al weken zegt u dat Nederland zich voorbeeldig gedraagt en wat krijgen mensen ervoor terug? Nog eens drie weken verlenging.” Op sociale media krijgt de NOS kritiek, maar intern begrijpt het kabinet: we hebben het verkloot. Als dit de stemming in het land is, dan zijn de preekjes niet langer effectief.

In die aprilmaand gebeurt er achter de schermen veel dat cruciaal zal blijken in de omslag van het kabinet. Zo verandert de beslisstructuur rondom de coronamaatregelen. Tot dan toe luistert het crisisteam van het kabinet vooral naar het Outbreak Management Team, bestaande uit virologen, artsen en epidemiologen, en de ambtelijke crisisgroep ICCB. Maar er komen andere commissies bij, die meer naar de gevolgen voor de maatschappij of economie kijken. Zo is burgemeester Femke Halsema van Amsterdam sinds 20 april voorzitter van een commissie die onderzoek doet naar kwetsbare mensen. Daarin zitten ook Kim Putters, de baas van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), en de ministers Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en Ferd Grapperhaus (Justitie, CDA).

Tweespalt in het kabinet
Ook in de coalitie en het kabinet zelf zijn er veranderingen. De fractievoorzitters van de vier coalitiepartijen, in het begin nauw betrokken bij het crisismanagement, worden minder uitvoerig geraadpleegd. Tijdverspilling, wordt er bij het crisisteam gezegd. Rob Jetten of Klaas Dijkhoff weten veel minder dan zij.

Tegelijkertijd ontstaat er in het kabinet tweespalt. Waarom bepaalt het crisisteam eigenlijk alles? Ministers en staatssecretarissen moeten grote maatregelen uitvoeren, denk aan het onderwijs of openbaar vervoer. Maar meepraten mogen ze alleen af en toe, op uitnodiging. Het komt voor, zegt een kabinetslid, dat een uur voor een persconferentie wordt verteld wat er besloten is.

Nadat de conjunctuurcijfers bekend worden, begint minister Wiebes brandjes te stichten
Zo mag minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) af en toe aanschuiven, maar niet structureel meepraten. En juist op zijn departement maken ze zich grote zorgen. Op 24 april verschijnt een vertrouwelijk ambtelijk rapport, de Conjunctuurmonitor, met pikzwarte cijfers: er wordt dit jaar een economische krimp van 7,5 procent verwacht, het consumentenvertrouwen maakt de grootste daling ooit mee, de werkloosheid stijgt fors.

Wiebes, die in het kabinet het imago heeft van een eigengereide minister, begint brandjes te stichten, zoals het binnen het crisisteam wordt genoemd. Al op zondag 5 april presenteert hij in het Catshuis een idee om sectoren ‘protocollen’ te laten opstellen, waarin ze aangeven hoe ze bij het heropenen van de deuren zullen omspringen met het virus. Wiebes spreekt van de „anderhalvemetereconomie”.

De Jonge belt Wiebes na afloop en bedankt hem voor het geschetste perspectief. Maar Rutte wil er nog weinig van weten. Hij leent wel de „anderhalvemetereconomie” van Wiebes, maar maakt daar, veelzeggend genoeg, de „anderhalvemetersamenleving” van tijdens een persconferentie een paar dagen later. De economie moet nog even wachten, zoveel is duidelijk.

‘Hou je kop’
Achter de schermen laat Rutte Wiebes meermaals weten dat hij zich nog even moet inhouden. Volgens een ingewijde gebruikte hij woorden als ‘hou je kop’. Van Rutte kan Wiebes, zelfverklaard fan van de premier, dat overigens prima hebben.

Moeizamer is Wiebes’ relatie met andere ministers. Op woensdag 15 april presenteert Wiebes, zonder dat het crisisteam het vooraf weet, zijn protocollenplan. Musea, cafés of bioscopen mogen pas weer open als brancheorganisaties een protocol hebben laten zien, dat wordt beoordeeld door een commissie. Kabinetsleden, Hugo de Jonge voorop, zijn boos. Dit was nog helemaal niet afgesproken. Nu lijkt het alsof alles snel weer mag. De uitspraken leiden ertoe dat ondernemers in een roes raken: zij zien inderdaad een opening. De druk op het kabinet om die ook echt te bieden, neemt opeens heel snel toe. Kop houden? Wiebes vindt het moeilijk.

Twee kampen
Op dat moment tekenen zich ruwweg twee kampen af in het kabinet. Enerzijds is er het economische kamp: Koolmees, Wiebes en minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA). Zij maken zich, allemaal met eigen accenten, zorgen over de schade aan de arbeidsmarkt, de bedrijvigheid en aan de overheidsfinanciën. Aan de andere kant zitten Rutte en De Jonge. Medio april lijkt de daling van het aantal coronadoden ingezet, maar er vallen nog steeds elke dag ruim honderd doden. Wiebes houdt vol dat er economisch íéts moet gebeuren. Laat zien, zegt hij, dat er licht is aan het einde van de tunnel, desnoods door maar één sector te openen. Maar ook op zondag 19 april beweegt Rutte in het Catshuis niet mee.

Dan volgt, twee dagen later, die persconferentie over de basisscholen. Rutte slaakt een diepe zucht en spreekt over „duivelse dilemma’s”. Bij werkgevers en bedrijven slaat dit in als een bom. Zij hebben zich een slag in de rondte gewerkt om tientallen protocollen op te stellen en Rutte besteedt daar precies nul woorden aan. „Toen is er iets geknapt, kapotgemaakt”, zegt een kabinetslid. Bij ondernemers, bij burgemeesters en bij kabinetsleden. Waar is het perspectief?

De frustraties laten Rutte niet koud. Helemaal als ook Femke Halsema in het Catshuis het belang van uitzicht op betere tijden benadrukt. Zij wijst op de verveling onder jongeren en op het risico van spanningen. Terwijl de minder welgestelden in kleine flatjes zonder tuin of balkon zitten opgehokt, drinken de yuppen in het Vondelpark witte wijn, en worden handhavers afgezeken.

„Economie is meer dan banen, inkomen, geld. Het gaat ook om [levens-]geluk”, zegt Wiebes donderdag op tv, een punt dat hij volgens ingewijden ook herhaaldelijk heeft gemaakt achter de schermen.

Vooral De Jonge blijkt hier gevoelig voor, ook onder druk van mede-CDA’ers in het kabinet en de Tweede Kamer. Maatschappelijke ontwrichting – zelfdoding, huiselijk geweld, alcoholisme – is ook een gevaar voor de volksgezondheid. De Jonge weet de Kamer ervan te overtuigen dat een wekelijks coronadebat en een wekelijkse persconferentie zijn ambtenaren, die elk optreden moeten voorbereiden, te veel tijd kost. De Kamer stemt in met een tweewekelijks ritme. Daardoor ontstaat bij De Jonge ruimte om het stappenplan uit te werken zoals het er nu ligt.

Lees ook: Er mag meer, maar alleen als het kan
Op vrijdag 1 mei, tien dagen na de diepe zucht, ligt het plan in de ministerraad. Dat is ook het moment dat het bedrijfsleven en het ov mogen meepraten. Maar Rutte wil dan nog niets kwijt over eventuele versoepelingen, als hem hiernaar gevraagd wordt. Sterker nog: hij wekt opnieuw de indruk dat er niet meer mogelijk is.

Toch lijkt de premier twee dagen later, tijdens het Catshuisberaad, om. De druk is simpelweg te groot geworden, en gezien de gunstige IC-cijfers is versoepeling van de restricties steeds beter te verdedigen. Vervoersbedrijven beginnen massaal mondkapjes in te slaan. Die zondagavond dringt Femke Halsema opnieuw aan op een nieuwe fase, ditmaal op televisie. Ze wil van het kabinet ruimte krijgen voor lokale oplossingen, en denkt dat het Rijksmuseum of Artis best wel weer veilig open kunnen, bijvoorbeeld door leeftijdsgroepen gescheiden te laten bezoeken. Halsema, een links-liberaal, redeneert ook ideologisch: de overheid moet burgerlijke vrijheden respecteren. Een argument dat D66-ministers ook vaak in de ministerraad gebruiken.

Dan gaat het opeens snel. Tot vlak voor de persconferentie wordt er gesleuteld aan het plan. Kappers wordt gevraagd om af te zien van het gebruik van ‘medische mondkapjes’ bij hun werk, zoals wel in hun protocol staat, want die moeten echt gereserveerd blijven voor zorgpersoneel. Ze stemmen hier grif mee in. De wens om na wekenlang inkomensverlies weer open te gaan is groter dan de angst voor het virus. En zelfs als het plan al gelanceerd is, wordt er nog aan geschaafd, om vragen of twijfels zoveel mogelijk voor te zijn. Zo staat er eerst op de website van de Rijksoverheid: „Vermijd drukte en groepen van meer dan tien personen.” Een lastig te handhaven regel. Dat wordt dan ook al snel: „Vermijd drukte.”

Sinds woensdag zijn die vragen er toch. Heel veel zelfs. Rutte, vrijdag tijdens zijn wekelijkse persconferentie, is er beducht voor te veel naar het stappenplan te verwijzen: „Het belangrijkst blijft ons eigen gedrag.”

Met medewerking van Lamyae Aharouay, Barbara Rijlaarsdam, Marike Stellinga en Philip de Witt Wijnen.
— Lees op www.nrc.nl/nieuws/2020/05/08/als-preekjes-niet-meer-werken-in-de-crisis-a3999194