Cijfers genoeg, maar wat zeggen ze eigenlijk?
Coronacrisis Het coronavirus slaat hard toe, maar hoe hard precies? Cijfers zijn er genoeg, maar een ideale graadmeter is er nog niet.
Wouter van LoonPim van den Dool
24 maart 2020
Leestijd 5 minuten

Het Amphia Ziekenhuis in Breda vervoert coronapatiënten naar ziekenhuizen buiten Brabant.
Foto Robin Utrecht/ ANP
Cijfers over corona: ze zijn er in overvloed. Maar ze vertellen vaak het halve verhaal en laten zich internationaal niet zomaar vergelijken. Een sterfgeval in Duitsland is statistisch gezien niet hetzelfde als een sterfgeval in Italië. In het ene land wordt meer getest dan in het andere. En ook cultuur heeft invloed op het verloop van de uitbraak. Welke cijfers zijn er in omloop en wat zeggen ze eigenlijk?

Bevestigde besmettingen
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) geeft elke dag een update van het aantal nieuwe besmettingen in Nederland. Maar, daar is iedereen het over eens: dat getal zegt niet meer zoveel. Het RIVM riep huisartsen en ziekenhuizen op terughoudend te testen. Mensen met milde klachten moeten thuis uitzieken, zorgpersoneel wordt vaak niet meer getest. Het idee is dat er zo genoeg overblijft voor kwetsbare groepen als ouderen, voor wier behandeling het belangrijk is zeker te weten of ze corona hebben.

„Het zou ideaal zijn als we iedereen kunnen testen”, zegt Jacco Wallinga, hoofd modellering van infectieziekten bij het RIVM. „Maar in sommige regio’s zijn grote tekorten, dus adviseren wij er zuinig mee om te springen.”

Het UMCG in Groningen kondigde dit weekeinde aan meer te gaan testen omdat daar geen tekort aan testen is. In het LUMC in Leiden ziet microbioloog Louis Kroes de vraag naar testen minder worden en daar heeft hij zorgen over. „Als de GGD’en overbelast zijn hebben we daar begrip voor, maar de capaciteit is bij ons geen beperkende factor. Er is alleen nu niet veel vraag bij ons buiten de ziekenhuizen om.” Kroes benadrukt hoe belangrijk het testen van voldoende potentiële patiënten is. „Dat geeft de eerste signalen over in welke plaatsen de epidemie zich uitbreidt onder de bevolking. Daar hebben we nu heel beperkt zicht op.” In landen als Duitsland en Italië wordt veel meer getest: per hoofd van de bevolking zijn er drie tot vijf keer zoveel tests.

Ziekenhuisopnames
Sinds kort geeft het RIVM ook het aantal ziekenhuisopnames dat verband houdt met corona. Dat is een belangrijke graadmeter van het aantal ernstig zieken. Ook het aantal bedden op de intensive care wordt bijgehouden, door de stichting Nationale Intensive Care Evaluatie, dat de capaciteit bijhoudt. Deze cijfers hebben nu nog twee dagen vertraging, maar zijn van groot belang voor premier Mark Rutte (VVD). Hij zei vorige week in de Tweede Kamer te „sturen” op het aantal IC-bedden dat beschikbaar is.

Het RIVM rekent ook met de IC-capaciteit, maar dat is niet eenvoudig, zegt Wallinga. „We weten niet hoe lang coronapatiënten precies op de intensive care liggen.” Soms is dat volgens hem tien dagen, maar soms wel een aantal weken. „We hebben nog heel weinig cijfers over wanneer mensen er weer af komen.” In het meest positieve scenario waarmee Wallinga rekent, komt de piek van het aantal besmettingen vroeg en liggen er begin april zo’n duizend coronapatiënten op de intensive care. In een negatief scenario, waarin het aantal besmettingen blijft stijgen en de piek later komt, zijn dat er eind mei zo’n 2500. Cijfers over de landelijke capaciteit kunnen bovendien verhullen dat er lokaal grote tekorten zijn. Afgelopen weekend werden daarom al enkele honderden patiënten van Brabant naar het noorden vervoerd. De vergelijking met het buitenland is op basis van deze cijfers bovendien moeilijk te maken: Nederlandse patiënten met een lage overlevingskans belanden vaak niet op de intensive care, in het buitenland vaak wel.

Het sterftepercentage
Het aantal doden geeft meer houvast, stelt viroloog Louis Kroes. „Het is een objectief eindpunt, je kunt alleen nog discussiëren over de precieze toedracht.”

Er wordt vaak gerekend met sterftepercentages: het aantal sterfgevallen, afgezet tegen het aantal besmettingen. Dan valt bijvoorbeeld op dat er in Duitsland opvallend weinig mensen sterven aan het virus, nog geen half procent, terwijl in Italië het sterftepercentage juist opvallend hoog is: ruim 9 procent. Het is onduidelijk waar dat precies aan ligt. Duitsland test in elk geval relatief veel in vergelijking met andere Europese landen terwijl de epidemie daar nog niet in volle gang lijkt. Daardoor worden ook besmettingen gevonden die in andere landen onder de radar blijven. Bovendien wordt er in Duitsland weinig post mortem-onderzoek gedaan, terwijl dat in Italië vaker gebeurt. Wie vóór overlijden geen diagnose heeft gekregen, valt daardoor in Duitsland sneller buiten de statistieken.

Ook cultuur heeft invloed, denkt Kroes. „In Italië wonen veel families samen, grootmoeder kookt vaak voor iedereen. In zo’n situatie is maar één infectie nodig om de hele familie te besmetten.” Oudere mensen, die doorgaans sneller sterven aan corona, raken in Italië daardoor mogelijk sneller besmet.

Daarnaast geeft het sterftepercentage een vertekend beeld, zegt Jacco Wallinga van het RIVM. „Mensen die overlijden zijn vaak al vier weken eerder besmet geraakt.” In die tijd zijn er veel nieuwe besmettingen bijgekomen, waar de sterfgevallen pas weer over vier weken plaatsvinden. Het beste is volgens Wallinga om de sterfte af te zetten tegen het aantal mensen dat weer beter wordt. Die cijfers heeft het RIVM nog niet. „Het is lastig om patiënten te blijven volgen, dat kan nu niet onze hoogste prioriteit hebben. Maar idealiter is het wel heel belangrijk.”

Lees ook: Waarom bierviltjesberekeningen over het virus niet werken
Effect van maatregelen
Of maatregelen effect hebben wordt pas na twee weken zichtbaar. Het coronavirus heeft een incubatietijd van maximaal twee weken: mensen die besmet zijn worden pas na een tijdje ziek en komen dan pas terug in de statistieken. In Italië was zondag, na twee weken landelijke lockdown, „een sprankje hoop zichtbaar”, zegt Louis Kroes. Na een recordaantal doden zaterdag (793) werden er zondag 651 en maandag 601 gerapporteerd. „Dat lijkt de stijgende trend te doorbreken.”

In Nederland kwam twee weken terug de oproep aan grieperige mensen om thuis te werken en het advies om geen handen meer te schudden. „Dat zit echt in de categorie kleine dingen”, denkt Kroes. Hij verwacht meer heil van het annuleren van alle grote evenementen en het sluiten van scholen en horeca. Ingrijpende maatregelen „waarvan je echt effect mag verwachten, maar die zijn hier pas net een week van kracht.”

Wallinga van het RIVM denkt ook dat hier pas eind van deze week een eerste effect van is te zien. Het RIVM probeert in beeld te krijgen hoeveel mensen door één coronapatiënt besmet zijn geraakt, en of dat reproductiecijfer de afgelopen twee weken is gedaald. „Als we dat zien dalen naar minder dan 1, dan is dat bewijs dat we de epidemie kunnen beteugelen. Als we niks zien veranderen moeten er snel drastischer maatregelen bij komen.” Vorige week schatte het RIVM nog in dat het reproductiecijfer tussen de 1,5 en 2 lag.

Kroes benadrukt dat de maatregelen een kans moeten krijgen zich te bewijzen en noemt te snel overgaan tot een lockdown „hachelijk”. Dat kan ook verkeerd uitpakken denkt hij. „Van de seizoensgriep weten we dat het juist gunstig is dat mensen niet bij elkaar gaan zitten binnen maar uitzwermen naar buiten. Virusdeeltjes zijn in de buitenlucht minder effectief over te dragen dan in slecht geventileerde ruimtes.” Kroes waarschuwt ook dat er geen reden is voor paniek dat sommige mensen dit weekend nog buiten waren. „Het gaat erom dat mensen gemiddeld veel minder met elkaar in contact komen, een groep mensen die zich misdraagt is niet fataal.”
— Lees op www.nrc.nl/nieuws/2020/03/24/cijfers-genoeg-maar-wat-zeggen-ze-eigenlijk-a3994674