Marjan Minnesma: „Wij proberen alles klaar te zetten voor dat moment waarop iedereen zegt: shit, het is toch veel te erg.”
Foto Roger Cremers
Interview

‘Zonder Urgenda zouden kolencentrales niet zijn aangepakt’
Marjan Minnesma | Directeur Urgenda Precies vijf jaar geleden boekte Marjan Minnesma met Urgenda een baanbrekend juridisch succes tegen de staat. Tot een radicale omslag in het klimaatbeleid leidde het niet. „Als het klimaat voor je neus ligt, ben je gewoon te laat.”
Hester van SantenErik van der Walle
23 juni 2020 om 22:46
Leestijd 6 minuten

Twintig rijksambtenaren van vijf ministeries zaten in februari aan tafel met Marjan Minnesma. Sommige ambtenaren hadden een beduimeld boekje van Urgenda bij zich. Ze glimlacht. „Dat was best leuk om te zien”.

De ambtenaren waren aan de slag gegaan met 54 mogelijke klimaatmaatregelen die de Stichting Urgenda, waarvan Minnesma directeur is, in het boekje had opgesomd. Van duurzaam bosbeheer tot extra budget voor woningisolatie – allemaal maatregelen die het kabinet kon nemen om de CO2-uitstoot toch nog uiterlijk dit jaar sterk te verminderen. Want dat had de rechter bevolen in juni 2015, deze woensdag alweer vijf jaar geleden.

Nooit eerder was een land aangeklaagd omdat het te weinig had gedaan tegen klimaatverandering. Vijf jaar waren voorbij. Urgenda had gewonnen in hoger beroep en in december 2019 zelfs bij de Hoge Raad. Nu was Nederland definitief de eerste staat die ooit een klimaatrechtszaak had verloren – tegen alle verwachtingen van juristen en van politici in.

Op die februaridag in Den Haag zag het er niet goed uit voor het kabinet. Eind 2019 was de CO2-uitstoot 18 procent gedaald sinds 1990. Om op minimaal 25 procent te komen, zoals het vonnis eist, waren er nog twaalf maanden te gaan. Iedereen wist dat het onmogelijk was.

Pas nadat de Hoge Raad op 20 december Urgenda ook in cassatie gelijk had gegeven, sloeg de sfeer in het kabinet „ineens” om, vertelt Marjan Minnesma (1966). We zitten in een voormalig schoolgebouw in Zaandam. In een paar lokalen zetelt de Stichting Urgenda die Minnesma – jurist, bedrijfskundige en filosoof – in 2007 mede oprichtte: minder dan vijftien medewerkers, een jaarbudget van krap 2 miljoen euro. Daarmee kreeg ze de staat op de knieën. De uitspraak werd wereldwijd beroemd onder juristen. Maar Minnesma vraagt zich af wanneer eindelijk het beleid omgegooid wordt. „Als het klimaat voor je neus ligt, ben je gewoon te laat.”

VAN AMBTENAAR TOT AANKLAGER STAAT

Marjan Minnesma (1966, Wormerveer) voltooide studies rechten, filosofie en bedrijfskunde voor ze actief werd in duurzaamheid. Ze werkte enkele jaren als ambtenaar en bij Greenpeace tot ze in 2001 overstapte naar de academische wereld. Na drie jaar bij de Vrije Universiteit in Amsterdam werd ze directeur transitiemanagement aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam bij hoogleraar Jan Rotmans. Met hem richtte ze in 2007 de Stichting Urgenda op. In 2013 dagvaardde de stichting de Nederlandse staat vanwege zijn klimaatbeleid. Na uitspraken van rechtbank (2015) en gerechtshof (2018) stelde in december ook de Hoge Raad Urgenda in het gelijk. Minnesma is getrouwd en heeft drie kinderen.
Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) zei laatst over de Urgenda-uitspraak: „We hadden beter eerder kunnen handelen.”
„Ja, ik zie daar een patroon in. Kijk naar de toeslagenaffaire van de Belastingdienst, of de aardbevingsschade. En nu het stikstofdossier. Ze wachten op het allerlaatste moment, terwijl dat niet rationeel is. Wij vroegen niets raars. Als het vorige kabinet meteen na het vonnis in 2015 maatregelen had genomen, was het voor het kabinet nu ook gemakkelijker en goedkoper om het klimaatdoel voor 2030 te halen.”

Daar had de Tweede Kamer in 2015 zelfs al in een motie om gevraagd. Wordt u pas nu serieus genomen?
„Vóór de uitspraak van de Hoge Raad heb ik één gesprekje met Wiebes gehad, dat was het. Nu heeft het kabinet dertig van onze 54 maatregelen overgenomen.”

Verzwakt de coronacrisis uw positie niet? De CO2-uitstoot is ineens zo afgenomen dat het doel voor 2020 toch in zicht lijkt.
„Dat geloof ik niet. Ik heb op hoog niveau met vijf ministeries gepraat. Het kabinet beseft dat de daling van de uitstoot structureel moet zijn. Dus ook voor 2021. Dat besef is er bij Wiebes, maar ook bijvoorbeeld bij Wopke Hoekstra (Financiën, CDA), met wie ik heb gesproken. Die erkende dat ook.”

Lees ook: Die schone lucht moet blijven
Was de premier ook bij die presentatie?
„Nee, dat vond ik wel heel erg jammer. Ik heb hem in al die jaren nooit gesproken.”

Heeft u al iets gezien van crisisbesef bij het kabinet?
„Niet echt. Ik geef jaarlijks 150 lezingen, en daarin leg ik in drie kwartier met plaatjes uit waar het over gaat. Ik verdeel het in een derde urgentie en twee derde oplossingen, omdat ik mensen niet depressief naar huis wil sturen. Het eerste deel is niet mals. Bijna altijd krijg ik terug van mensen dat ze daarna zonnepanelen namen, of minder vlees gingen eten.”

U denkt dat het door gebrek aan kennis is dat mensen onvoldoende besef hebben van de ernst van klimaatverandering?
„Ja. We stevenen af op 3 graden opwarming. Als we nog tien jaar zo door gaan, zit er zo veel CO2 in de lucht dat het klimaat op een kantelpunt komt. Ik laat mensen zien: bij anderhalve graad opwarming [het streven van het VN-klimaatakkoord van Parijs, red.] blijft nog 50 procent van het koraal in leven, maar bij twee graden is het vóór 2050 allemaal weg. Toch jammer, alleen maar kwallen in de zee. Bij anderhalve graad kun je nog net in de landen rond de Sahara blijven wonen, bij twee graden wordt het daar echt te warm. Misoogst na misoogst, 200 miljoen mensen raken op drift.

„Ze denken ook: als we in 2050 naar nul uitstoot gaan, dan komt het goed. Premier Rutte roept ‘doe maar rustig aan, we hebben nog dertig jaar’. Maar ik denk niet dat hij weet dat zelfs als we de uitstoot in 2050 naar nul brengen, je de volgende generatie met de verplichting opzadelt om veel CO2 uit de lucht halen. En dat is ingrijpend: je moet wereldwijd ongeveer alle landbouwgebieden volzetten met bomen om de temperatuur een halve graad naar beneden te krijgen. Ik denk dat hij geen flauw idee heeft.”

U bent volop in het nieuws als tegenstander van biomassa. Je kan beter aardgas gebruiken dan biomassa, zei u onlangs bij radioprogramma ‘Dit is de Dag’.
„Ik heb onderzoek gedaan naar biomassa in de drie jaar dat ik aan de Vrije Universiteit werkte. Ik weet er redelijk wat van en denk dat houtige biomassa in een duurzaam energiesysteem niet thuishoort. Maar het is een ingewikkeld onderwerp. Het stoort mij dat voor- en tegenstanders erg tegenover elkaar staan, en op de man spelen. Het is gewoon te laat om op hout voor energie in te zetten. We hebben de tijd niet meer hout te verbranden en vervolgens bomen twintig, veertig jaar te laten groeien om de CO2 weer uit de lucht te halen. We moeten juist bomen erbíj planten.

„ Maar nu lijkt het alsof ik heb gezegd dat we meer aardgas moeten gaan gebruiken. Dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik vind dat we aardgas moeten uitfaseren, maar dan moeten we het gas niet vervangen door biomassa.”

Rutte zou telkens op de bühne moeten voor het klimaatprobleem
Marjan Minnesma Urgenda
Urgenda pleit voor 100 procent duurzame energie in 2030, en halvering van het energiegebruik. Is dat wel realitisch?
„Er zijn meerdere scenario’s die op de onze lijken, maar wij maken de omslag al voor 2030. Dat is de enige manier om onder de anderhalve graad te blijven. Het kan, dat hebben we laten doorrekenen. Een elektrische auto is veel efficiënter dan een auto met een verbrandingsmotor, omdat daarin veel warmte verloren gaat. Ook kolencentrales verliezen veel warmte, windmolens en zonnepanelen niet.

„Toen ik met dit verhaal over 2030 begon, hadden we nog achttien jaar. Vorig jaar heb ik het herschreven. Toen heb ik serieus nagedacht: moet ik dat streefjaar veranderen in 2032, of 2035? Ik snap ook wel dat het onmogelijk is om dit in een normale situatie in tien jaar te realiseren. Maar het is geen normale situatie. Het is eigenlijk een crisis, maar zo moeten we die alleen nog gaan behandelen.

„Dat is het enige aardige aan corona, dat je ziet dat we extreme dingen kunnen doen als we doorhebben dat er een crisis is. Rutte zou wat mij betreft telkens op de bühne moeten gaan staan voor het klimaatprobleem. En zeggen: ‘Jongens, dit is heel serieus en het gaat niet goed als we niet een enorme omslag maken’.”

Is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat nu goed bezig?
„Op papier is het hoopgevend, maar ik weet dat je erbovenop moet blijven zitten.”

U zegt dat politici te weinig kennis hebben van klimaatverandering. Is het niet vooral de angst voor de consequenties? Er is nu een serieuze politieke beweging die tegengas geeft.
„Ja, dat past heel erg in een transitietheorie. In die versnellingsfase ontstaat er enorm veel weerstand, dat is precies wat je nu ziet. En aan de andere kant beginnen mensen die zich zorgen maken, ook steeds harder te roepen. Ze worden steeds wanhopiger. Daar zitten we nu middenin, en dat is geen leuke fase.”

Het vonnis is baanbrekend. Maar hoeveel heeft het uiteindelijk veranderd?
„Het vonnis geeft mensen hoop, er lopen heel veel vergelijkbare zaken – al heeft tot nog toe niemand gewonnen. In Nederland heeft het vonnis een versnelling gebracht in het klimaatbeleid. Ik denk niet dat Nederland de kolencentrales zou hebben aangepakt zonder dit vonnis. Maar 25 procent CO2-reductie in 2020 is echt niet genoeg om de temperatuurstijging tot anderhalve graad te beperken. Ik ben ook reëel: alles gaat in stapjes, in een transitie is er zelden één ding dat alles doet kantelen.”

Het was de afgelopen dagen 38 graden in Siberië. Is dat te ver weg om een crisisgevoel te krijgen?
„Ja, eigenlijk wel. Vorig jaar, die bosbranden in Australië waarbij een miljard dieren verbrandden. Mensen zien een verbrande koala en dan is men even geschokt. Maar nu vragen ze: wanneer was het ook alweer?”

Vindt u optimisme een verplichting?
„Nee, het is meer mijn aard om te zeggen: zolang het nog kan, ga ik er vol voor. In de geschiedenis hebben we een paar keer omwentelingen gezien die niemand zelfs een maand van tevoren voor mogelijk had gehouden. De val van de Muur, de burgerrechtenbeweging in Amerika.

„Wij proberen alles klaar te zetten voor dat moment waarop iedereen zegt: shit, het is toch veel te erg. Ik ben bij alle bedrijven geweest die veel uitstoten. Iedereen heeft oplossingen op de plank, maar ze voeren ze niet uit, omdat ze dan iets duurder worden. Ze zijn bang dat men naar de concurrent loopt.”

En die gedachte dat het nog kan?
„Die houdt me op de been.”
— Lees op www.nrc.nl/nieuws/2020/06/23/zonder-urgenda-zouden-kolencentrales-niet-zijn-aangepakt-a4003820