Het failliet van een landelijk en sterk crisiscentrum
Crisisbeheersing Na de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam zou er een landelijke crisisorganisatie komen. Maar dit mislukte. „Politici willen als het puntje bij het paaltje komt, niet sturen.”
Kees Versteegh
2 april 2020 om 22:45
Leestijd 4 minuten

Rond de Arena in Amsterdam hielden politie, AIVD, defensie en hulpdiensten in 2005 een grote oefening.
Foto’ ANP
Tijdens een briefing, vorige week in de Tweede Kamer over de corona-crisis, draait IC-arts Diederik Gommers er niet om heen. „Je mist een beetje de centrale militaire aansturing”, zegt Gommers, tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care. „Specialisten reageren soms nog te veel: ‘we denken erover na’.” Om alle medici meer te laten meewerken wordt in alle haast het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding opgetuigd, meldt hij de Kamerleden.

Een week later, tijdens de briefing afgelopen woensdag, vindt de IC-arts de situatie verbeterd. De benadering is „directiever”, zegt hij. Toch kan de centrale aanpak nog beter: „Er zijn nog steeds ziekenhuisdirecties die de kaarten tegen de borst houden”, aldus Gommers. Daardoor is onzeker of er genoeg IC-capaciteit zal zijn. Zo niet, dan komt het zwartste crisis-scenario in zicht, aldus Gommers, en moet het kabinet beslissen wat er dan gebeurt.

Veiligheidsdeskundige Rob de Wijk keek met gemengde gevoelens naar de uitlatingen van Gommers, vertelt hij telefonisch vanuit zijn huis in Frankrijk. Het improviseren met de IC-bedden, het haastig op zoek moeten naar essentiële medische apparatuur, het achterwege blijven van cruciale informatie, „het was allemaal niet nodig geweest”, zegt de hoogleraar en directeur van de Haagse denktank The Hague Centre for Strategic Studies. De Wijk: „Doordat Nederland eerder willens en wetens heeft afgezien van een sterke, landelijke aansturing in crisissituaties, zijn we in deze toestand beland.”

Rond de Arena in Amsterdam hielden politie, AIVD, defensie en hulpdiensten in 2005 een grote oefening.
Foto’ ANP
Lesje geleerd na Enschede
In 2003 was dat anders. Het kabinet-Balkenende II nam het initiatief om tot zo’n landelijke crisis-aanpak te komen. De Wijk en zijn denktank raakten daarbij betrokken.

Nederland had z’n lesje geleerd na rampen zoals die in Enschede (vuurwerkramp, 2000) en Volendam (cafébrand, 2001). Uit evaluaties bleek keer op keer: overheidsdiensten werkten langs elkaar heen, hun onderlinge communicatie was gebrekkig, cruciale informatie ontbrak. Er moest onnodig veel worden geïmproviseerd.

Dat moest maar eens afgelopen zijn, schreef minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) in november 2003 aan de Tweede Kamer. In de ‘nationale crisishandboeken’ kwam duidelijk te staan wanneer de landelijke overheid ‘sturend’ kon optreden. En ook: hoe de bewindslieden daarbij geholpen konden worden. Remkes kondigde een nieuw centrum aan dat ministers bij nationale crises zou assisteren. Belangrijkste taken ervan: zorgen dat landelijk alle informatie aanwezig is om te kunnen handelen, en plannen maken hoe schaarse mensen en middelen het beste kunnen worden verdeeld en ingezet.

„Het op te richten Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum”, meldt Binnenlandse Zaken in 2004, „heeft tot doel om op landelijk niveau te komen tot een efficiënte inzet van mensen en middelen (…) in geval van rampen en grootschalige evenementen. Het betreft hier met name situaties waarin de regionale grenzen worden overschreden dan wel op regionaal niveau interregionale en/of internationale bijstand moet worden verleend”.

Lees hoe voor het risico van een pandemie in veiligheidsanalyses is gewaarschuwd.
Nieuw centrum wordt genegeerd
Aldus geschiedt. Het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC) wordt in 2004 gevestigd in Driebergen, waar ook het hoofdkwartier van de politie is. Er gaan ongeveer twintig mensen werken, eerst onder verantwoordelijkheid van Binnenlandse Zaken, later onder het ministerie van Justitie. De specialisten maken scenario’s en plannen hoe te handelen bij uiteenlopende rampen: overstromingen, terrorisme, ontploffende kerncentrales, infectieziekten.

Met name grootschalige infectieziekten worden gevreesd. De Strategie Nationale Veiligheid van 2007 bevat twee scenario’s voor een pandemie: één mild en één ernstig. „Gedurende de pandemie”, zo is te lezen, „zal 30 procent van de wereldbevolking ziek worden; dit zijn in Nederland ca. 5 miljoen mensen. De gemiddelde ziekteduur zal acht dagen zijn in het milde scenario, in het ernstige veertien dagen. In het ernstige scenario zullen ca. 80.000 mensen overlijden, in het milde scenario ca. 5.000.”

De start van het LOCC is geen succes. De medewerkers uit Driebergen worden genegeerd bij crisisoefeningen. Dat blijkt bijvoorbeeld tijdens de grootschalige oefening Bonfire op 6 april 2005. In de Amsterdam Arena wordt een grote aanslag nagespeeld door politie, AIVD, Defensie, hulpdiensten en gemeente. Het verslag meldt: „LOCC kon haar gedachte rol niet spelen binnen de oefening. (…) Het LOCC werd daarom, ondanks de eigen pogingen haar expertise aan te bieden, consequent genegeerd door de overige spelers.”

De jaren erna wordt dat niet veel beter. Het Rijk zet zijn kaarten op de veiligheidsregio’s met burgemeesters uit grote steden als gezichtsbepalende crisismanagers. Zij, en niet het LOCC, komen in beeld bij de bestrijding van de grote brand bij Chemie-Pack in Moerdijk, januari 2011. Tientallen hulpverleners en burgers ademen dan ziekmakende lucht in als de gifwolk richting Dordrecht drijft.

Wat ook niet helpt: gedetailleerde veiligheidsstudies die het werk van het coördinatiecentrum in Driebergen legitimeren, verdwijnen van de radar. De studie van 2007 met haar (maximaal) 80.000 doden bij een grieppandemie, verder uitgewerkt in 2010, laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. „Maar vanaf 2012 zijn die zorgwekkende getallen uit de nationale risicobeoordelingen gehaald”, zegt Rob de Wijk. „Dat had te maken met de aanpak van de Mexicaanse griep van 2009. Voor de bestrijding ervan had toenmalig zorgminister Ab Klink veel vaccins gekocht en andere maatregelen genomen. De gedachte was dat Nederland daardoor voortaan goed was voorbereid op epidemieën en hoge schattingen van mogelijke schade niet meer nodig waren.”

Lees ook: Amerikaanse spionagedienst voorzag pandemie
Zes niveaus van crises
Een andere ontwikkeling die de positie van het LOCC ondergraaft, is de afschaffing van het hoogste niveau van crisisbeheersing, GRIP Rijk. Nederland hanteert in die tijd zes niveaus om rampen, van uiteenlopende aard en ernst te kunnen aanpakken. De eerste vijf zijn voor de veiligheidsregio’s, pas in het hoogste, zesde, komt het Rijk eraan te pas. Dat maakt het kabinet het gemakkelijker om materiaal waaraan acuut gebrek is te vorderen, zoals testmateriaal en beademingsapparatuur voor corona-patiënten. GRIP Rijk-situaties zijn, zo staat in de crisis-handboeken: „Kernongeval categorie A; Terroristische dreiging of aanslag; ·Grootschalige overstroming (afhankelijk van mate van ontwrichting); ·Infectieziekten (A-ziekten).”

GRIP Rijk wordt nooit toegepast. De veiligheidsregio’s blijken goed uit de voeten te kunnen met GRIP 1 tot en met 5, schrijft minister Ard van der Steur (Justitie, VVD) in september 2016 aan de Tweede Kamer. (Bij de coronacrisis is GRIP 4 van kracht: ‘gemeenteoverschrijdend incident’). Hij schrijft in 2016: „Het gebruik van de term GRIP Rijk, als aanduiding voor situaties waarin het Rijk op basis van regelgeving op deelaspecten stuurt, wordt overbodig geacht en derhalve geschrapt.”

Al een jaar eerder is dan het doek gevallen voor het operationele hart van het LOCC, de Landelijke Operationele Staf (LOS). Weliswaar blijft het LOCC als adviescentrum voortbestaan. Maar de Operationele Staf die ministers bij een grote crisis moet bijstaan, wordt opgeheven. Landelijke coördinatie berust voornamelijk nog bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), aldus Van der Steur.

Maar de NCTV ontwikkelt zich vanaf 2015 juist in een heel andere richting: die van terrorismebestrijding en verdediging tegen cyberaanvallen door buitenlandse mogendheden. De huidige NCTV-coördinator Pieter-Jaap Aalbersberg speelt in de huidige crisis hooguit een rol op de achtergrond.

Rond de Arena in Amsterdam hielden politie, AIVD, defensie en hulpdiensten in 2005 een grote oefening.
Foto’ ANP
Risicomijdend gedrag
Het tragisch lot van het LOCC past bij een land waarin graag gepolderd en gecoördineerd wordt, erkent De Wijk. Dirigistische command and control-centra, zoals het LOCC misschien was geworden, passen daar slecht bij. Maar de lotgevallen van de centrale crisisbeheersing illustreren wat hem betreft nog iets anders. „Kernpunt is dat hier verantwoordelijkheid ontlopen is”, zegt De Wijk. „Politici willen als het puntje bij het paaltje komt, niet sturen. Want als je stuurt, ben je verantwoordelijk. Dan loop je risico, zeker in een crisis.”
— Lees op www.nrc.nl/nieuws/2020/04/02/het-failliet-van-een-landelijk-en-sterk-crisiscentrum-a3995774