Koeienpoep, wetenschap & beleid

29 sep 2014, 0:01
Dick Veerman Hoofdredacteur Foodlog
Deel dit artikel:

Fotocredits: Dick Veerman (l) en Lambert Polinder (r), Co Scholten
Vrijdag jongstleden ging ik voor in een dienst waar boeren het niet over geloven maar over de wetenschap achter poep wilden hebben.
Poep en pies zorgen voor ammoniakuitstoot. Dat is een hot issue op dit moment omdat het Nederlandse ammoniakbeleid gebaseerd (b)lijkt op pseudo-wetenschap. De bijeenkomst moest vaststellen of dat ook daadwerkelijk zo is. Het antwoord was eenduidig: ja. Maar er kwam nog een antwoord.

Al jaren sluimert een conflict tussen Nederlandse veehouders en de overheid over de uitstoot van ammoniak.

Giertank
Foodlog besteedde er in het verleden een aantal malen aandacht aan. Sinds de jaren negentig hanteert Nederland een rekenmodel waarmee wordt vastgesteld hoeveel ammoniak een boerderij uitstoot. Dat model zorgde voor wet- en regelgeving en daardoor voor nog veel meer. De gierwagen waarmee de stront over het land werd gespoten, verdween. Daarvoor in de plaats kwamen apparaten die de drijfmest in de grond injecteerden. Daar waren boeren die op de bodemgezondheid van hun land letten niet blij mee, omdat het oude systeem van bovengronds uitrijden voor betere resultaten van hun gewassen én de biodiversiteit daaromheen zorgde. Deze natuurboeren liggen dan ook al jaren dwars. De bekendste rebel was boer Kok, die in een bewonderenswaardige documentaire figureerde waarin oud-minister Cees Veerman ruiterlijk toegaf dat er in combinatie met Koks oude stalsysteem niets mis was met zijn manier van bemesten. Toch werd Kok door de politie opgepakt omdat hij de wet overtrad. Dáár ging het gisteren allemaal om: waar zijn die wet- en regelgeving op gebaseerd? En als de basis niet klopt, hoe moeten boeren dan verder met hun stront?

Pseudowetenschap
Geesje Rotgers, journalist en hoofdredacteur van V-Focus, legde in een serie van 4 doorwrochte artikelen in haar blad bloot wat er aan de hand lijkt te zijn. Het eerste, uit 2011, droeg de titel De Staatsgeheimen van het Natuurbeleid. Het laatste artikel verscheen 2 weken geleden en toont in essentie aan dat het Nederlandse ammoniakbeleid gebaseerd is op een rekenmodel dat steeds de werkelijkheid aan de theorie heeft geprobeerd aan te passen. Inmiddels dreigen door die benadering de grenzen van het ridicule te worden overschreden, zei ze afgelopen vrijdag. Het model laat rekenkundig steeds meer ammoniak van bemeste akkers komen om te kunnen aantonen dat in de werkelijkheid niet te meten effecten er toch zijn. Waarom er creatief wordt gerekend, valt alleen met gezond verstand te reconstrueren.

Geesje Rotgers: de mysteries achter het ammoniakbeleid from Co Scholten on Vimeo.

Toen de moderne koeienstal met drijfmestkelder in zwang kwam, moesten er nieuwe regels komen voor de uitstoot van ammoniak. Ammoniak ontstaat als je poep en pies bij elkaar laat komen. Het zorgt voor die stank die niet alleen vies is, maar je ook bij de keel grijpt. Vaste mest stinkt nauwelijks, zoals de allermodernste varkensstallen, waar poep en pies direct van elkaar gescheiden worden, laten zien. Ammoniak is slecht voor het milieu en zorgt voor een stikstofafzet die nadelig is voor het plantenleven en de biodiversiteit. Er waren rekenregels nodig om te bepalen hoeveel zo’n nieuwe stal uitstoot. Daarvoor werd een eerste modelletje – zo mag het heten, want het was een eerste vingeroefening – vanuit Engeland overgenomen. Aan de WUR werd het aanvankelijk verder ontwikkeld. Vervolgens maakte de WUR een eigen theoretisch modelletje. Het belandde nog voor het helemaal af was in de prullenbak omdat het ministerie van Landbouw (nu EZ) het niet vond passen bij het voorgenomen nieuwe natuurbeleid. Toch werd het er – tot verbazing van de inmiddels gepensioneerde maker – weer uitgevist en als wet voorgeschreven. Niet afgebouwd en maar half getest op zijn robuustheid. Rotgers legde pijnlijk bloot dat er vanuit het ministerie, de WUR en het RIVM veel moeite wordt gedaan om de legitimatie van het model en zijn praktische houdbaarheid zo onduidelijk mogelijk te maken.

Dat is nogal wat, omdat er wel beleid en wet- en regelgeving op werden gebaseerd. Boeren mochten stallen bouwen en uitbreiden – of juist niet – op basis van iets dat in essentie nooit meer is geweest dan ‘een theoretisch modelletje’. Zo is er dus een gevoelige historie van 20 jaar bouwbesluiten ontstaan, die het lastig maken het wetenschappelijke dossier open te breken. Daar zit – vermoedelijk – de crux. Als het model waarop het beleid is gebaseerd niet klopte, is een reeks schadeclaims van foutief afgegeven bouw- en uitbreidingsbesluiten te verwachten die zomaar in de honderden miljoenen kan lopen. Daarnaast is er maatschappelijke onrust bij NGO’s te verwachten omdat boeren kunnen claimen dat de stront weer rijkelijk mag vloeien. En daar komt ook nog eens gezichtsverlies van wetenschappers van de WUR en het RIVM bij die het model waarschijnlijk tegen beter weten in ‘wetenschappelijk onderbouwd’ zijn blijven noemen, terwijl Rotgers blootlegde dat het om pseudo-wetenschap gaat. Het bewijs daarvoor wordt geleverd door te kijken naar de ontwikkeling van korstmossen.

Korstmossen geven een overtuigend antwoord
Bioloog Kok van Herk van het Lichenologisch Onderzoeksbureau uit Soest meet al decennialang de impact van ammoniak op het milieu aan de hand van korstmossen. Hij presenteerde tijdens de mestdienst zijn lange reeks bevindingen over de neerslag van ammoniak aan de hand van die gevoelige organismen. Dat blijken in Nederland wetenschappelijk goed ingeregelde natuurlijke metertjes te zijn voor de effecten van vrijkomende ammoniak. Om een lang verhaal kort te maken: Van Herk constateert dat het beperkende beleid nagenoeg geen invloed heeft gehad op de natuur. Met andere woorden: koeienmest was en is niet verantwoordelijk voor natuurschade.

Wat zeggen korstmossen over ammoniak?? from Co Scholten on Vimeo.

Het rekenmodel en daarop gebaseerde beleid kloppen dus niet. Toch worden letterlijk klauwen met geld besteed aan gebakkelei over detaillering van de rekenregels en nog meer aan procedures over de toepassing daarvan tot aan de Raad van State toe. Aan het einde van de bijeenkomst gaf Van Herk een even duidelijk als stellig antwoord op de vraag of nu de stront lustig over de akkers mag worden gestort. Nee. Teveel is teveel, zei de nuchtere bioloog die daar geen rekenmodellen voor nodig heeft. Toen ik hem vroeg of koeienboeren anders beoordeeld zouden moeten worden als de – economisch zwaar onder druk staande – varkens- en kippenboeren uit ons land zouden verdwijnen, zei hij: dat zou de zaak kunnen veranderen, maar dan moet er wel een deugdelijke monitoring plaatsvinden.

Niet gelogen, wel achtergehouden?
Niet de centrale overheid, noch de WUR of het RIVM komt de eer toe al lang geleden in te hebben gezien hoe belangrijk het inregelen van korstmossen als natuurlijk meetinstrument voor o.m. ammoniak uitstoot was. De provincies van ons land komt die eer wel toe.
In opdracht van onze 12 provincies beheert Van Herk een indrukwekkende datastroom van 25 jaar ammoniakinvloed op het milieu. Het zou die nieuwe basis kunnen zijn én een uitstekend instrument voor monitoring per boerderij kunnen worden, zodat heel precies, van geval tot geval – de natuur als lokaal systeem is immers overal anders – heel precies gemonitord kan worden.
De twaalf provincies checken alle twaalf jaarlijks of hij dat goed doet. Bovendien rapporteren ze daarover naar de centrale overheid in Den Haag die er als dertiende controleur ook nog eens naar kijkt. Het is dan ook merkwaardig dat het werk van Van Herk nu pas boven tafel komt. Wie zoekt in de stukken waarmee de ministeries van EZ en I&M de Kamer hebben geïnformeerd, komt er geen woord over tegen. Ook het RIVM en de WUR moeten als deskundigen geacht worden bekend te zijn met het baanbrekende monitoringsnetwerk dat de provincies al decennialang gebruiken. Van het RIVM is bekend dat het er niet naar wil kijken. Wat de overheid, in casu het ministerie van EZ (voorheen Landbouw) ermee heeft gedaan is onduidelijk.
In de Eerste Kamer werd afgelopen week een stemming over de wet die de jongste aanpassing van het ammoniakbeleid moet regelen opgehouden. Dat komt doordat de jongste ‘wetenschappelijke’ beoordeling van de rekenregels nog niet beschikbaar is. De bijeenkomst in de Opstandingskerk in Nijkerk biedt er spannende input voor. Zeker nu de vraag moet worden gesteld waarom de Kamer niet nader is geïnformeerd over de ammoniakmetingen zoals ze in ons land – nota bene met middelen uit de Rijkskas – al werden uitgevoerd vóór het eerste theoretische meetmodelletje aan de WUR werd opgesteld. Er is gelukkig nooit gelogen over de resultaten daarvan. Ze bleven immers domweg buiten beeld. De vraag is alleen of, en zo ja waarom, ze werden achtergehouden.

Uitdaging voor de Eerste Kamer
Mij kwam ter ore dat het RIVM poogt Rotgers haar artikel te laten terugtrekken omdat het feitelijk niet correct zou zijn. Zowel de gangbare als de natuurboeren in de Nijkerker kerk maakten duidelijk geen goed gevoel te hebben bij het rekenmodel en veel vertrouwen te hebben in de zogenaamde biomonitoring die Van Herk bij de gratie van de provincies al decennia uitvoert. Dat gold ook voor kritische milieuadviseurs in de zaal die buitengewoon kritisch bleken op de verkeerde suggestie die van de mestdienst uit zou kunnen gaan: laat de stront maar stromen. Hun kritische inbreng zorgde voor een consensus in de zaal die per stemming naar boven kwam: het voorzorgsprincipe waarin de wet- en regelgeving voorziet om ammoniakschade aan de natuur te voorkomen dient strict te worden gehandhaafd en dat zou op basis van biomonitoring kunnen.

Die uitkomst van die wetenschap stelt de senatoren in de Eerste Kamer dan ook voor een uitdaging. Tevens kunnen ze er een lichtpuntje in vinden. De uitdaging zit ‘m in het omgaan met het verleden: hoe heeft een strict genomen pseudo-wetenschappelijk model zolang onder wetenschappers stand kunnen houden dat bestuurlijke schade kon ontstaan? Het spanningsveld tussen wetenschappelijke integriteit en bestuurlijk belang verklaart vermoedelijk de krampachtige omgang met de rekenregels die onder het Nederlandse mestbeleid liggen.

Het lichtpuntje is een beter, natuurlijk en per ongeluk – dankzij de provincies – uitstekend ingeregeld systeem van biomonitoring dat er al blijkt zijn. Het goede nieuws is bovendien dat het restrictieve beleid niet voor schade heeft gezorgd, al constateren de natuurboeren wel dat hun bodemkwaliteit lijdt onder het geldende beleid. Hooguit zijn er boeren geweest die een onterecht negatief besluit tegen zich hebben horen uitspreken. Wie dat beschouwt als een gevolg van collectief voortschrijdend inzicht dat nu eindelijk om de hoek is gekomen, kan overwegen schadeclaims uit dien hoofde ongegrond te verklaren en de nog relevante cases voor bouw en uitbreiding te heropenen. Natuurboeren zouden eindelijk hun mest weer bovengronds moeten kunnen uitrijden zonder daarvoor opgepakt te worden zoals boer Kok. Gangbare boeren die menen dat ze nu de stront liederlijk over Gods akker kunnen laten stromen, komen door een adequaat biomonitoringssysteem en de toepassingsregels die daaruit af te leiden zijn van een koude kermis thuis.

Ik kan me vergissen, maar meende uit de interactie met de zaal op te mogen maken dat over zo’n richting een redelijke consensus tussen boer, milieumensen en overheid te bereiken is zonder dat er met campagnes en schadeclaims gezwaaid hoeft te worden.
— Lees op www.foodlog.nl/artikel/koeienpoep-wetenschap-beleid/