Als het Westen niet optreedt doen anderen het wel
Syrië Soms is militair ingrijpen in een conflict een minder slechte optie dan het een decennium voort te laten woeden, zoals in Syrië, schrijft Gert Jan Geling
10 oktober 2019

Dramatische beelden van Turkse bombardementen op Koerdische steden en dorpen in Noord-Syrië, de Koerdische enclave Rojava, dringen door via onze beeldschermen en kranten. Turkije is na jaren afwachten eindelijk begonnen met zijn grote invasie van de gebieden in Noord-Syrië die in handen zijn van de Koerden en hun bondgenoten.

Gert Jan Geling is historicus, theoloog en arabist, en doceert Integrale Veiligheidskunde aan de Haagse Hogeschool, verbonden aan het Leids Universitair Centrum voor de studie van islam en Samenleving (LUCIS).
De operatie is het vervolg op de invasie en bezetting van Afrin door het Turkse leger met de Syrische milities die anderhalf jaar geleden de bondgenoten waren van Turkije. En net als Afrin afgelopen jaar, zal ook de rest van de voornamelijk door Koerden bewoonde Noord-Syrische grensregio nu hoogstwaarschijnlijk op grote schaal vernieling, plundering en etnische zuivering ondergaan.

Hoe heeft het zover kunnen komen? De vingers wijzen nu naar de Amerikaanse president Trump die zich door de Turkse president Erdogan heeft laten overtroeven en waarmee Amerika de Koerden voor de zoveelste maal heeft verraden.

De onwil van Trump om zich nog te mengen in de almaar voortslepende Syrische burgeroorlog speelt hier inderdaad een cruciale rol. Maar datzelfde geldt voor de afwezigheid van Europa in deze kwestie. In plaats van in te grijpen en Turkije middels sancties te pacificeren, kijkt de EU weg. Een cruciale fout, zo schreef Serpil Ates eerder al in NRC.

Europees isolationisme
Maar een grondoorzaak wordt nog weleens over het hoofd gezien, en dat is het bredere Westerse isolationisme dat zich de afgelopen tien jaar van de VS en de Europese landen heeft meester gemaakt. Dat is mede te verklaren uit eerdere mislukte Westerse bemoeienis met Afghanistan, Irak en Libië. Het resultaat van wat onder George W. Bush en Tony Blair het ‘liberaal interventionisme’ werd genoemd – de bereidheid van landen om te interveniëren daar waar de mensenrechten op grote schaal worden geschonden – en waar de VS en bondgenoten zich later van afkeerden.

Het was dan ook Obama die de Syrische burgeroorlog liet escaleren tot de grootste humanitaire crisis van deze eeuw; door niet in te grijpen, zoals hij wel samen met Europese landen had gedaan in het conflict in Libië (2011). Met een golf van terrorisme, genocide, honderdduizende doden en miljoenen vluchtelingen tot gevolg.

Had een humanitaire interventie door de VS en bondgenoten dit alles kunnen voorkomen? Libië en Afghanistan zijn nog steeds conflictgebieden. En ook Irak heeft een hoge prijs betaald. Maar geen van deze landen is er zo slecht aan toe als Syrië. In sommige gevallen is militair ingrijpen in een conflict een minder slechte optie dan een conflict voor een decennium voort laten woeden. Want door gebrek aan ingrijpen verwerd Syrië tot het nieuwe strijdtoneel van regionale machten in het Midden-Oosten, zoals buurland Libanon dat ooit was in de jaren ’70 en ’80. Ook toen was het een interventie door een buitenlandse macht – het nu zo noodlottige Syrië – die deze burgeroorlog ten einde bracht.

Botte chirurgen
Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, zo laat de recente Syrische geschiedenis ons zien. En dankzij de isolationistische houding die zich van het Westen meester heeft gemaakt, laat het Westen zich aftroeven door botte chirurgen als Poetin en Erdogan.

Trump is, nog sterker dan Obama, een isolationist in hart en nieren. De rest van de wereld wordt door de huidige VS in de steek gelaten. Europa is niet alleen te verdeeld, maar eveneens onwillig om nog op grote schaal elders in de wereld militair in te grijpen waar nodig. En daar waar het Westen niet optreedt, daar doen andere (regionale) grootmachten dat wel. Met alle gevolgen van dien.

Er is echter nog steeds de mogelijkheid tot koerswijziging. Voor Syrië en de Koerden zal het hoogstwaarschijnlijk te laat zijn. Maar nieuwe conflicten, ook in de buurtregio’s van Europa, zullen zich blijven aandienen. En wat we dan nodig hebben is een Europa dat bereid en in staat is om los van de onbetrouwbare VS op te treden waar nodig. Hier zijn allereerst grootschalige investeringen in defensie voor nodig, en daarnaast verregaande Europese militaire integratie.

Lijdzaam toezien
Cruciaal hierbij is ook een omslag in het denken. Het liberaal interventionisme dat in het vorige decennium ten grave werd gedragen, was verre van perfect.

PRAAT MEE MET NRC

Onderaan dit artikel kunnen abonnees reageren. Hier leest u meer over reageren op NRC.nl.
Maar soms is het voor de liberale wereldorde en de internationale stabiliteit wel degelijk nodig dat ook Westerse landen niet alleen bondgenoten militair beschermen, maar ook bereid zijn waar nodig op humanitaire gronden in conflicten elders in de wereld te interveniëren. Syrië laat ons zien waar lijdzaam toekijken toe kan leiden. Om de Koerden van de toekomst te kunnen beschermen, dienen we als Europa niet langer naar anderen te kijken, maar bereid te zijn om zelf het heft in handen te nemen.
— Lees op www.nrc.nl/nieuws/2019/10/10/als-het-westen-niet-optreedt-doen-anderen-het-wel-a3976338