Herkauwer moet uit het verdomhoekje

Het beeld van de koe als ramp voor de planeet moet nodig worden bijgesteld. Dit was een van de centrale boodschappen op een wetenschappelijke conferentie in Brussel. Herkauwers zijn geen hooligans die het voor zichzelf en anderen verpesten, het zijn broodnodige hulptroepen, die qua uitstoot wel een beetje ingetoomd moeten worden.
‘Ontmaskeren van nepnieuws over de veehouderij’ was misschien een goede subtitel geweest voor het eind vorige week gehouden congres over de rol van herkauwers in duurzame voeding. Bij het congres van de Belgische Academie van Wetenschappen en de International Dairy Federation (IDF) spraken geen professionele activisten, maar wetenschappers die hun sporen dubbel en dwars hebben verdiend in hun vakgebied, en ook medewerkers van bijvoorbeeld de wereldvoedselorganisatie FAO.

Hun centrale boodschap was helder. De rundveehouderij moet zoeken naar wegen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, maar het is niet zo dat de veehouderij de grootste en meest problematische producent is van dit soort gassen. Ook is het niet waar dat als de mensheid veganistisch zou worden, de aarde en de mensheid daarvan per saldo zouden profiteren. Ook onwaar is dat de consumptie van vlees en zuivel tot meer sterfte leidt, zoals nogal eens wordt beweerd.

Methaan krachtig, maar ook tijdelijk

De belangrijkste bron van methaanemissies vanuit de veehouderij zijn koeien en hun (drijf)mest. Het wordt vaak aangewezen als dé bron van ellende met broeikassen. Wetenschapper Frank Mitloehner van de Universiteit van Californië in Davis (op twitter actief als @GHGGuru) nuanceert dit sterk. “Mensen stellen de uitstoot van CO2 en methaan vaak op één lijn, en zeggen er dan ook nog bij dat methaan 28 keer zo sterk is. Ze vergeten er dan wel bij te zeggen dat methaan in ongeveer 12 jaar weer grotendeels wordt afgebroken via natuurlijke processen in de atmosfeer. Dit heet hydroxy-oxidatie. Van de 558 miljoen ton methaan die jaarlijks wordt uitgestoten, slaat zo 551 miljoen ton weer neer op de bodem. Netto blijft dan 43 miljoen ton over. CO2-uitstoot daarentegen – vooral veroorzaakt door de verbranding van fossiele brandstoffen – ‘maakt het glas steeds voller’. Planten nemen slechts een klein deel weer op.

Mitloehner: “Laat niemand koeien met auto’s vergelijken als het gaat om uitstoot.” Nog een wijsheid: “Gebruik, als het om methaan gaat, nooit een wereldwijd gemiddelde.” Plaatselijke situaties zijn te verschillend, in het ene land domineert de persistente CO2-uitstoot, in het andere land het sterkere, maar relatief kort levende methaan.