Bespiegelingen van een wetenschapsjournalist: hoe kritisch moet je willen zijn?

22 mei 2019, 8:33
Jop de Vrieze Journalistiek rond voeding en voedsel

In mijn Twitter-timeline ging het afgelopen zondagmiddag weer eens lekker los. Bij Buitenhof was NRC-columnist en wetenschapper Rosanne Hertzberger aangeschoven naar aanleiding van haar net verschenen boekje ‘Het Grote Niets’, waarin ze betoogt dat we er goed aan zouden doen wat minder te leunen op de wetenschap.
Het boekje (een essay van 96 pagina’s) is geschreven in de voor Hertzberger kenmerkende polemische stijl. In een voorpublicatie in De Volkskrant betoogde ze al ‘waarom de wetenschap terug in haar hok moet’, en daar ging ze in discussie met KNAW-voorman Wim van Saarloos nog eens dunnetjes overheen.

Wat in de stekelige commentaren van wetenschappers vooral domineerde, was vrees. Vrees dat het betoog van Hertzberger verkeerd geïnterpreteerd of misbruikt zou kunnen worden door lieden met kwade bedoelingen. Dat door de vuile was buiten te hangen, de reputatie van de wetenschap wel eens geschaad zou kunnen worden.

Een wel heel erg angstige houding. Eentje die volgens mij alleen werkt op de korte termijn en die resoneert met de opstelling van wetenschappers ten opzichte van de terechte kritiek uit de jaren zeventig, tachtig en negentig, tijdens wat bekend kwam te staan als de ‘science wars’.

Maar tegelijk is deze vrees ook gegrond. Wat er gebeurt bij bewust gezaaide twijfel over ‘de feiten’, zetten auteurs Naomi Oreskes en Erik M. Conway krachtig uiteen in hun boek Merchants of Doubt (2010) – waarin ze laten zien hoe eerst de tabaksindustrie en later de olie-industrie politieke actie wisten uit te stellen door de wetenschap rond sigaretten en klimaatverandering systematisch te betwisten.
— Lees op www.foodlog.nl/artikel/bespiegelingen-van-een-wetenschapsjournalist-hoe-kritisch-moet-je-willen-zi/allcomments/